Hoofdtekst
[…]G: Nog iemand toevallig nog iets? B6: Juist van mijn vader, die moest werken gaan als hij dertien veertien jaar was. In de Walen. Koeien hé, stallen schoonmaken en zo. En dan moest hij slapen ’s nachts in de paardenstal, bij de andere knechten in een bed, dat hing daar zo boven hé.G: Ja.B6: En ze gingen een spook spelen zei ter (hij). En hij zegde dat tegen de boer. De boer zei: ‘Da’s niet waar,’ zei ter (hij), dat ze spook spelen, maar ’s nachts: ‘Ja, we gaan het spook spelen,’ zeiden die mannen hé. Die oudere knechten, een laken over hunne kop en de boer zegde: ‘Ge moet ze eens goed…ge neemt een kloek en ge moet ze eens op de kop houwen (slaan).’ Hij deed dat he, hij pakte zijne kloek, hij houwde eene op zijne kop en ’t was direct gedaan. Dat was mijn vader.[gelach]
Beschrijving
Een jongen werkte als knecht bij een boer in Wallonië. 's Nachts sliep de jongen bij de andere knechten in de paardenstal. Op een dag vertelde de jongen aan de boer dat de andere knechten 's nachts met een laken over hun hoofd voor spook speelden. De boer gaf de jongen de raad om de grapjassen eens met een klomp op hun hoofd te slaan. Toen de jongen dat had gedaan, was het onmiddellijk afgelopen met de spokerij.
Bron
G. Verdickt, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (zuiden)
M15
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Montenaken   
Plaats van Handelen
Wallonië   

