Hoofdtekst
Daar woonde een vrouw in de geburen en de mensen zegden dat ze een heks was. Dat was ook een lelijk wijf en alleman was daar ook bang van dat ze u iets zou aandoen of de kwade hand op u zetten of zo iets. Die vrouw die heks was, had al eens voor iemand uit de geburen kleazie (= kledij) gemaakt. Maar die vrouw uit de geburen durfde die kleren niet dragen en ze heeft ze in 't vuur gegooid en opgestookt. Zo weet hadden de mensen daarvan.
Beschrijving
Een vrouw die ervan werd verdacht een heks te zijn, had kleren gemaakt voor mensen uit de buurt. De mensen hebben de kleren verbrand omdat ze bang waren voor de kwade hand.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
a''
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
