Hoofdtekst
In Tricht woer ene boer. Ich kan dech de naam nog noemen - de Bok. 't Woer 's daags voor Driekoningen en toen goengen ze dat vieren en de vrouw zei: 'Woer nu de jong nog hier', de zoon van hen. En toen zei de knecht, dat woer ene wèrewolf maar de mensen wisten het nie: 'Ich zal zorgen dat er hier is om twelf uren. Maar ger moet mech de zwarte mèer (merrie) geven.' Zieste, dat woer den dievel. De wèrewolven goengen met den dievel om en toen, wei (toen) er de zwarte mèer had, bond er ze vast aan ene boom in een wei en toen zat (zette) er zich op zijn zwart pjad en vloog door de locht tot St.-Truiden en toen koem er terug met de jong van achter op 't pjad. En de jong roerde met zijne voet aan iets en er zei 'Ich roer met mijne voet aan iets. Wat is dat?' 'Ja, dat is 't tipke (puntje) van de kerktoren van Herderen', zei de knecht en om twelf uren klokslag woeren ze do en 's anderendaags joegen ze hem weg. Toen wisten ze dat het ene wèrewolf was. En dat heb ich dik (dikwijls) horen vertellen.
Onderwerp
SINSAG 0690 - Fahrt durch die Luft   
Beschrijving
Op de dag vóór Driekoningen zei de vrouw van boer B. uit Maastricht: "Was nu onze zoon maar hier!" Daarop antwoordde de knecht: "Ik zal zorgen dat jullie zoon om middernacht hier is, op voorwaarde dat jullie mij de zwarte merrie geven". Niemand wist echter dat de knecht een weerwolf was die met de duivel omging. Op het zwarte paard vloog de knecht naar Sint-Truiden. Toen hij terugkwam met de zoon, raakte die met zijn voet de kerktoren van Herderen. Om klokslag twaalf uur kwamen ze aan in Maastricht. De volgende dag werd de knecht op staande voet ontslagen omdat men had ontdekt dat hij een weerwolf was.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (bilzen)
525
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Driekoningen   
Naam Locatie in Tekst
Kleine-Spouwen   
Plaats van Handelen
Herderen   
Maastricht   
Sint-Truiden   
