Hoofdtekst
Mijn grootvader e dat nog verteld. En ze weunden zieder in Bevern in èn huzige. En o ze zieder ’s navonds gingen gon slapen, z’hoorden dor oltijd mor deschen en ze kwamen dat zeggen tegen grootvader mor grootvader zei datten hij niet hoorde. Van o ze were weg woren, z’hoorden zieder dat were. ’t Hof stoend e keer in brande. Dat wos zo klaar dat ze kosten kuuschen. En o ze gingen gon kijken, ze zagen zieder niet. Dat wos ook e toveringe. Ze gingen nor de geestelijken en de geestelijken verwinsten dat up ’t vorste land van ulder hof. Z’èn zieder toen niet meer gezien. Dat hof wos toen gespaard voor èn ende.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In een huis in Beveren hoorde men 's nachts altijd geluiden alsof iemand aan het dorsen was. Wanneer men ging kijken wat er aan de hand was, hoorde men het geluid niet meer. Op een dag stond de boerderij in brand. Zodra men dichterbij kwam, was er echter geen enkele vlam meer te zien. Uiteindelijk kwamen de geestelijken naar de betoverde boerderij, waar ze het kwaad verwensten naar het verste stukje van het veld.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (vrijbos)
170A
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gits   
Plaats van Handelen
Beveren   
