Hoofdtekst
Thuis tegenover woonde Tijs H., die was in de tachtig en toen ik klein was, ging ik daar altijd luisteren, die kon zo goed vertellen. Toen hij knecht was in Elderen ('s Heerenelderen) had hij de 'ketelhond' eens gezien. In de winter kwam hij 'n paar keren per week naar huis en dan moest hij aan een plaats doorkomen, waar ze zegden dat het spookte. Aan de Lange-Lieven-Heer stond een 'stichel' en daarachter lag de 'ketelhond'. Tijs had hem al van verre gezien met zijn ogen die stonden te glariën. 'Wacht, manneke, ik zal u eens , ik zal u sakkerdomme hebben.' Maar de hond verroerde 'hem' niet. 'Nu is 't tijd dat ge gaat'zei Tijs, maar de hond rammelde eens met zijn 'ketel'. Toen pakte hij zijn stok: 'Is het nu goed, voor de derde keer, ik zal u een met mijn stok over uw flanken trekken, in naam van God' en toen waggelde de hond op zijn gemakske weg, 'maar schrik had hij niet van mij, en ik gedomme ook niet van hem' zei Tijs.
Onderwerp
SINSAG 0883 - Teufel als Hund; hält Sünder Gesellschaft.   
Beschrijving
Toen Tijs H. als knecht in 's Heerenelderen werkte, zag hij vaak een hond met een ketting om zijn hals. Op een avond wandelde Tijs naar huis. Bij de Lange-Lieven-Heer stond een draaikruis waarachter de hond met de ketting zat. Tijs sprak tot het dier: "Ik zal je eens een lesje leren. Nu is het tijd dat je gaat." Tijs nam zijn stok en streek het dier over zijn flanken met de woorden: "In naam van God". De hond was echter niet bang en liep rustig verder.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
3.1 Duivels
zuid-limburgs
De hond met de ketting: variante 2
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tijs H.   
God   
Lange-Lieven-Heer   
Naam Locatie in Tekst
Henis   
Plaats van Handelen
's Heerenelderen   
