Hoofdtekst
De bokkenrijders dat was eigenlijk een bende die van al deden wat ze nie mochten. En die kosten zich geweldig rap verplaatsen, die vlogen door de locht en dan zegden ze 'Over heggen en hagen'. Maar nu was er ooch ene die daar nog nie goed bekend was, ne beginneling zeker en die wou dat ooch eens proberen maar hij zei 't verkeerd: 'Door heggen en hagen' zei hij maar die zag er uit toen hij thuis kwam.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bokkenrijders konden zich in een mum van tijd door de lucht verplaatsen na het uitspreken van de woorden: "Door heggen en hagen". Een nieuweling vergiste zich bij het uitspreken van de formule en zei: "Door heggen en hagen". Hij was zwaar gewond toen hij thuiskwam.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (noord-west)
345
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Neerpelt   
