Hoofdtekst
Wij hadden vroeger café en die van de klein hoef, Schreurs, die kwam altijd thuis in de café en als hij dan op gang was thuis henne dan zag hij dik van die dwaallichtjes. Die moest altijd zo langs 't water komen hé en daar zaten die veel. Dat waren ongedoopte wichter, zo zegden ze. Of 't waar is, ich weet 't nie, ich geloof er nie veel van, maar ze hadden dat tegen hem ooch gezegd. En op ne keer wou hij er dan daar een van dopen: 'Ich doop och in den naam des vaders, zoons'zegde hij. Had hij maar gezegd: 'Ich doop och allemaal', dan was 't goed geweest, maar nu dat hij er maar een doopte nu kreeg hij ze allemaal op zich.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
SINSAG 0181 - Die getauften Irrlichter   
Beschrijving
Toen S. terugkwam van het café, zag hij bij het water vaak dwaallichtjes zweven. De mensen geloofden dat die lichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren. Op een dag doopte de man een dwaallichtje met de woorden: "Ik doop u in de naam van de Vader en de Zoon". Omdat de man met die woorden maar één lichtje doopte, kreeg hij het volgende ogenblik haast alle lichtjes op zich.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (noord-west)
56
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hechtel   
