Hoofdtekst
Ip een zending zoaten er ne keer drie te babbelen. De poater zei: “De drie die doa zitten te babbelen, ‘k zoe liever hèn da je buten goat”. Ze giengen buten en een bitje verder zoaten ze an ne hoop poetrellen te brielen (knoeien). Er brak een zien been. De poater zei van ip de prikstoel: “van die drie dei buten gegoan zien, is er ol een die zien been gebroken is”.
Beschrijving
Een pater die tijdens een zending zag dat drie jongens aan het babbelen waren, sprak: "Ik zou liever hebben dat die drie babbelaars naar buiten gaan". De jongens gingen naar buiten, waar ze aan enkele werktuigen begonnen te knoeien. Eén van de jongens viel en brak zijn been. Daarop sprak de pater tot de andere kinderen: "Van diegenen die naar buiten zijn gegaan, heeft er al één zijn been gebroken".
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tielt en izegem)
398
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meulebeke   
