Hoofdtekst
Beschrijving
Een slager die op het Rot woonde, moest ’s nachts op pad gaan omdat men op een boerderij een koe had die niet kon kalveren. De man die de slager kwam halen, zei: “Moet ik wachten? Je moet op het Nieuwland zijn. Het dier heeft teveel pijn en we zullen het moeten afmaken”. De slager antwoordde: “Ik heb mijn stok bij. Ik kom wel alleen”. Boven de spoorweg zag de slager witte engeltjes vliegen, die vroegen: “Hoe ver is het nog tot in Scherpenheuvel?” Nadat de slager antwoord had gegeven, hoorde hij een zucht en waren de engeltjes verdwenen.
Bron
A. Schoolmeesters, Leuven, 1977
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
brabants (nieuwrode en omstreken)
35B
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwrode   
Plaats van Handelen
Rot (Nieuwrode)   
Scherpenheuvel   

