Hoofdtekst
Matthieu: Er zijn er ook geweest die wilden gewoon mensen bang maken. Hebt ge Manke niet gekend? Die heeft eens 'chance' (geluk) gehad eh. Plien van Sus Quinten, die werkte ergens in het dorp. Henri van Pier Herman was daarmee getrouwd, 's Avonds kwam die dan altijd naar huis. Manke had dat gezien en die wilde die eens bang maken door te doen alsof hij een heks was. Hij had een zwart laken gepakt en dat omgehangen. Plien heeft geschreeuwd en is lopen gegaan. Ze kwam thuis aangelopen, en Sus Quinten, ook geen gemakkelijke mens, die was kwaad daarvoor. 's Anderendaags was Manke daar weer, die had daar 'kop in' (plezier in) dat hij mensen bang kon maken. Maar Sus had een goeie stok bij, en die liep daar rond waar dat gebeurd was. Toen werd het tijd dat Plien moest afkomen om naar huis te gaan, en Manke was daar. Sus krijgt die in het oog, en hij daar achter! En die kon niet hard genoeg lopen met dat laken! Die speelde dus zelf heks ommensen bang te maken. Vroeger deed men dat ook door een biet uit te hollen en daar een kaarske in eh. Maar dat van die heksen dat is echt serieus.
Beschrijving
Een man die bij maneschijn met de kar naar de markt in Ieper ging, werd de hele tijd gevolgd door een vrouw. Omdat de vrouw hem de hele tijd bleef volgen, werd de man zo kwaad dat hij zijn zweep ophief om haar te slaan. Hij kreeg echter de kans niet, want de vrouw was opeens weg.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tielt en izegem)
228
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Pittem   
Plaats van Handelen
Ieper   
