Hoofdtekst
Ik ging van Roy uit naar Tongerlo, het kan zowat twaalf uren wat door geweest zijn. De ouders van de vrouw zaliger wilden mij eerst niet laten gaan. Ik zeg: 'Tut, tut, ich goan heivers.' Maar eerst gong ik naar de muttertemijt en daar trok ik mij een kluppelke uit, dat had ik onder den arm of zo, dat weet ik ook niet juist meer. Ik was juist Tongeler brug over, aan Klaps bekans, en het was al niet te licht meer, maar op de kassei schijnt toch altijd wat licht. En over het grozen rebatje kwam een beest op mij af. Ik zei zo om te lachen: 'Gaat ge niet mee heivers', maar het bougeerde niet. Het had ogen in zijn kop, zo gloeig als een lamp. Ik zeg:'In Gods naam', en ik houw het met mijne stok. Het liep weg en op ''ne meter of zeven van mij af, bleef het weer staan, daar stong het weer te kijken. Maar ik maakte dat ik weg kwam.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een man die 's nachts van Roy naar Tongerlo ging, zag in de buurt van het huis van K. plots een vreemd dier op de weg springen. De man zei schertsend: "Ga je niet met mij mee naar huis?" Het dier staarde de man op een vreemde manier aan met ogen die wel van vuur leken. De man werd bang en sloeg met een stok naar het dier, terwijl hij zei: "In Gods naam!" Het dier liep verder, maar wat verderop bleef het weer naar de man staan kijken. De man liep zo snel hij kon naar huis.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongerlo   
Plaats van Handelen
Roy   
Tongerlo   
