Hoofdtekst
28 Mèèike van de Förs ging in Hees lappen, hé, en dan bracht haar altijd een hond tot in Vlijtingen ‘jòuet’ (= naar huis). Dat was een mens (die hond), hé.31 Jaja, dat was.29 Dat waren de spoken dan, hé.
Onderwerp
SINSAG 0805 - Werwolf in Hundesgestalt als Begleiter (verrädt sich am folgenden Tag).   
Beschrijving
Een vrouw die in Hees ging naaien, werd altijd tot in Vlijtingen begeleid door een hond. Dat was een weerwolf.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (groot-riemst)
28B 427
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlijtingen   
Plaats van Handelen
Hees   
Vlijtingen   
