Hoofdtekst
De wal van Bree, waar nu beton ligt, dat was vroeger allemaal water, dat was een versterking toen. In dien tijd waren er bekans geen legers, en toch was het altijd oorlog, maar dat waren zo maar benden. Daar was 'nen hoge wal, en de hele breedte was water, en daar hielden die zich in op. Dat waren zo maar klein mennekes. Dat was ook wel niet natuurlijk want die aten leren lappen en zo van al. Die gongen stelen, eetwarij... maar geen geld, dat stalen ze niet...
Onderwerp
SINSAG 0070 - Erddämonen stehlen Speisen und Trank   
Beschrijving
Rondom de stadswallen van Bree was vroeger een brede gracht. In de buurt van de stadswallen woonden de alvermannetjes. Het waren vreemde wezentjes, die soms leren schoenlappen aten. Vaak gingen de alvermannetjes bij de mensen eten stelen, maar geld stalen ze nooit.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beek   
Plaats van Handelen
Bree   
