Hoofdtekst
In Piringen was een weerwolf en die had kennis gekregen met een vreemd meisje dat daar diende. Toen ze eens de Kerkstraat afkwamen voelde hij dat hij dat weer ging krijgen en toen zei hij tegen het meisje: 'Ik krijg dikwijls iets, dan moet ik op handen en voeten lopen, maar dan moet ge een rooie 'moalslat' in mijn tanden gooien dan kan ik u niets doen.' Maar dat meisje was zo verschrikt dat ze haar dienst opzei en weer 't dorp uittrok.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
SINSAG 0804 - Werwolf nimmt viele Gestalten an.   
Beschrijving
In Piringen woonde een weerwolf die een relatie had met een meisje dat in het dorp werkte. Toen het tweetal in de Kerkstraat wandelde, voelde de jongeman dat hij in een weerwolf zou veranderen. Hij wilde het meisje geruststellen met de volgende woorden: "Ik krijg dikwijls iets waardoor ik op handen en voeten moet lopen. Als dat gebeurt, gooi dan een rode zakdoek tussen mijn tanden, dan kan ik je geen kwaad doen." Het meisje was zo verschrikt dat ze onmiddellijk haar werk opzegde en het dorp verliet.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.6 Weerwolven
zuid-limburgs
Het meest bekende weerwolf verhaal: variante: De weerwolf verrraadt zichzelf
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Widooie   
Plaats van Handelen
Kerkstraat   
Piringen   
