Hoofdtekst
22 Wel in Riemst, de berg af in Riemst daar, tussen Vlijtingen en Riemst in, daar is een dal, hé en daar ligt zo’n bos (= Boostveld), hé. En daar was ook altijd ene aan het wandelen en aan het klimmen op dit en dat en dan komt hij daar af. En ten langen laatste was daar ook ene die ging, die gingen zo met tweeën af, Riemst dan af en zagen dan die daar weer lopen. Dat was ook een spook of zoiets onder … gracht zeiden we daar tegen, in de gracht waar hij dan stond. Dat staat allemaal niet (meer), dat is allemaal weggehouwen nu. Awel, en toen ten langen laatste toch zich kloek gemaakt en die (dat stuk land opgegaan om te kijken wie dat was). Nu ging die (= de figuur die men voor een spook aanzag) maar op en af en over dat stuk op en af en die deed maar zo met z’n handen [maakt zaaiende beweging met rechterarm]. Toen kwam hij (= de kloeke man] tot bij hem, was die (= het ‘spook’) ‘klee’ (= klaver) aan het zaaien. En toen meenden ze dat dat een spook was en ‘alleman’ (= iedereen) had daar bang voor. Dat was hoog en daar gingen ze dan ‘klee’ in zaaien voor eerst de grond te behandelen. Dat doen ze nu niet meer, allemaal. En dat was ’s avonds ene en dan zagen ze dat. Dan kwamen ze te voet af - er liep nog geen tram of niks want het was ‘alleman’ te voet, hé - en dan zagen ze van alles. En de ene maakte de andere bang, hé [lacht].
Beschrijving
In het Boostveld tussen Vlijtingen en Riemst had men al vaak een spook zien lopen. Later bleek het gewoon iemand te zijn die klaver aan het zaaien was.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
22Q 363
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Riemst   
Plaats van Handelen
Riemst   
Boostveld (tussen Vlijtingen en Riemst)   
Vlijtingen   
