Hoofdtekst
Ich zelef ging eens enen avond of twee met e wit laken rondlopen. Iedereen had bang, ze meenden dat het de witte juffrouw was. Mè doa was ene wa nie bang had, en die zei tegen den andere 'zje moet mich maar zeggen as zje nog komt.' Mè ich zag dat er ene dikke stok methad, en ich maakte dat ich voert was.
Beschrijving
Een man liep enkele avonden met een wit laken rond om de mensen bang te maken. Eén man was echter helemaal niet bang. Hij had een dikke stok bij zich en sprak: "Als je nog eens komt, dan moet je het me maar laten weten!"
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
1178
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Overrepen   
