Hoofdtekst
Ich heb mij vader ooit horen vertellen, dat heb ich hem dik horen vertellen, dat den drosserd eens over de kanaal ging en hij had er daar twee gesnapt, maar hij zei nie dat hij den drosserd was. 'Gij moet maar eens mee komen voor met 't paard te varen' zo had hij gezegd. Ja, dat was goed. Ze kwamen terug over de kanaal, maar toen waren er nog geen bruggen wie nu hé, dat ging met e bootje. Maar die mannen die waren daar toch nie gerust in en in ene keer als ze op 't water waren, zei er ene: 'Drosserd, uwe jas hangt in 't water.' Dat was voor hem op de proef te stellen hé. Toen wisten ze dat 't den drosserd was. Toen hij naar zijne jas pakte, kapten ze hem op 't water in en de mannen waren niemeer te zien.
Beschrijving
De drossaard had twee misdadigers opgepakt zonder zich bekend te maken. Hij had de twee mannen meegelokt met de volgende smoes: "Jullie moeten maar eens meekomen om paard te rijden". Toen het drietal met een bootje het kanaal overstak, werden de misdadigers achterdochtig en zeiden: "Drossaard, uw jas hangt in het water". Op het ogenblik dat de drossaard zich omdraaide, duwden de mannen hem in het water en gingen ervandoor.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (noord-west)
340
Vader van de informant
fabulaat
Mathijs Clercx werd geboren in Eksel op 4 december 1759. Hij studeerde bij de Paters Augustijnen in Diest en trouwde in 1787 met Aldegonde Cornelis, met wie hij tien kinderen kreeg. Het graafschap Loon omvatte sinds het einde van de veertiende eeuw zes ambten, namelijk: Loon, Bilzen, Montenaken, Stokkem en Pelt. In de zestiende eeuw werden Grevenbroek en Thorn daar nog aan toegevoegd. De graaf van Loon stelde in elk van deze ambten een aantal vertegenwoordigers aan, waaronder een 'drossaard'. Een drossaard had zowel militaire, administratieve als rechterlijke macht. Mathijs Clercx werd op 29 maart 1790 door de Pinsbisschop aangesteld als luitenant-drossaard van het ambt Stockheim. De voornaamste taak van drossaard Clercx was het uitroeien van de bokkerijders. Tussen 1794 en 1840 verbleef Clercx op zijn landgoed 'het Hobos'. De drossaard stond niet enkel bekend als de man die de bokkerijders had uitgeroeid, maar ook als een brutale, gewetenloze en onrechvaardige rechter, die vaak ongeoorloofd brutaal optrad tegenover iedereen die iets had mispeuterd.
(uit IKENE0247- 248)
(uit IKENE0247- 248)
Naam Overig in Tekst
Clercx   
drossaard Clercx   
Naam Locatie in Tekst
Kaulille   
