Hoofdtekst
‘k Had e meisje, Adrienne Hazebout, die diende in Brussel bij e rijke vrouwe. En die vrouwe kreeg ne vloed en ze dei de dokteurs van Brussel kommen mor ze kregen die vloed niet gestopt. Dat is ook gebeurd wè! Dat meisje zegt: "Madame, ’t zit dor ol thuzent e soorte van e vint die dat ku stoppen." "Wel", zegt ze, "gaat d’rachter!" Nu ze ging d’rachter en j’is hij meegegon rechtuut. En die dokteurs woren dor nog, mor je dei ze butengon. "Je moste ollene zijn", zeiten. En otten buten die kamer kwam, die bloedstortinge wos gedon. En de dokteurs vroegen o ze ze mochten bekijken.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In Brussel werkte een vrouw als meid. Op zekere dag moest men de dokters laten komen omdat de meid een bloeding had gekregen, die niet ophield. De meid vertelde haar bazin dat bij haar thuis een man woonde, die haar zou kunnen genezen. "Wel, ga die man dan halen", sprak de bazin tot de meid. De meid ging de man halen en stuurde de dokters naar buiten. Even later stopte de bloeding.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
231G
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Adrienne Hazebout   
Naam Locatie in Tekst
Handzame   
Plaats van Handelen
Brussel   
