Hoofdtekst
Moeder heeft dikkens (dikwijls) verteld dat er daar in Dikkebus een vrouwe was die er op uit was om bij de kleine kinders te gaan. De mensen vertrouwen ze niet. Ze ging ook vele naar ’t klooster achter medailles en paternosters. De nonnen wilden ze kwijt geraken en ze legden gewijd onder de zulle (drempel). Dat wijf kon er niet over, ze kon niet binnen en ze krees tranen met tuiten. De nonnen wilden die vrouwe nooit noemen, omdat ze te stijf gekend was op Dikkebus. Ze bracht ziekten en malheurs. Door dat gewijd kon ze daar niet meer in dat klooster. Mijn moeder vertelde dat. Dat was in Dikkebus vóór veertien.
Beschrijving
In Dikkebus woonde een vrouw die altijd in de buurt van kleine kinderen probeerde te komen. Die vrouw ging ook vaak medailles en paternosters halen in het klooster. Omdat de nonnen dat niet prettig vonden, legden ze iets gewijds onder de dorpel. Daardoor geraakte die vrouw het klooster niet meer binnen.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
20
Vóór WOI
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Dikkebus   
Plaats van Handelen
Dikkebus   
