Hoofdtekst
Sylvie Claeys vertelde dadde o ze an de Vijvers weunde. En heur vadre goeng naar Kortemark deur ne bus en ’t kwam daar almenekeer een luchtje neffens (naast) hem en ’t goeng mee heel den bus deure. En je wilde d’r tegen klappen maar je zei toch niet. En amenekeer was ’t weg en da was een doodkeerse geweest.
Beschrijving
Een man die door het bos naar Kortemark ging, zag een lichtje naast hem vliegen. De man wilde iets tegen het lichtje zeggen, maar bedacht zich. Even later was het lichtje verdwenen. Het was een doodkeers.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (o van houtland)
49
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hertsberge   
Plaats van Handelen
Kortemark   
