Hoofdtekst
Beschrijving
Een jongen had van een vrouw een boekje gekregen. Toen hij in het boekje had gelezen, stelde hij vast dat hij kon toveren en daardoor de mensen kon kwellen. Terwijl de pastoor de jongen kwam overlezen, moest de jongen de tekst in het boekje achterstevoren lezen. Daarna werd het boekje verbrand en was de jongen genezen.
Bron
J. Van Hout, Leuven, 1962
Commentaar
2.3 Toverboeken
antwerps (geel, gierle, kasterlee, lichtaart,...)
507
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lichtaart   
