Hoofdtekst
M’hân ‘k wete nie hoevele zwijns doô. ‘k Ginge naar Deerlijk ‘k Vertelde ’t an Bouckaert. Ie ging naar nen anderne kamer en ie begoste te klappen en te klappen, en ’t en was daar niemand. "’k Ga algelijk nie moên (moeten) helpen zekere?" zei ’t ie. Toene wierd ’t stille. En ’t hè sedert toene gedaan geweest mee die zwijns.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een boer bij wie al veel varkens waren gestorven, ging naar Deerlijk en vertelde zijn probleem aan een tovenaar. De tovenaar ging naar een kamer en begon te praten, hoewel daar niemand aanwezig was. Vervolgens sprak de tovenaar: "Ik zal niet moeten helpen zeker?" Daarna werd het stil. Sindsdien heeft de man geen problemen meer gehad met zijn varkens.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (menen en omstreken)
291
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Harelbeke   
Plaats van Handelen
Deerlijk   
