Hoofdtekst
Een paasnagel, dat zat onder de zulle. Dat was tegen toverij. En als ge een borstel omgekeerd aan de deur zette, konden ze ook niet binnen. Bij tante Clara stond dat aan de deur, maar zij had zelf geroepen : „Kom maar binnen". Als ze roepen, dan komen ze binnen, anders niet. Maar daarna is ze nooit meer binnen geweest.
Beschrijving
Vroeger stak men een paasnagel onder de drempel om zich tegen toverij te beschermen. Als men een borstel omgekeerd bij de deur zette, konden er ook geen toveressen binnenkomen, tenzij men uitdrukkelijk riep: “Kom maar binnen!”
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
oost-vlaams (zuiden)
61C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ename   
