Hoofdtekst
Vel gevonden te MereOp een zekere avond zaten er enkele gasten op nen boom die daar aan den oven van den boer lag. Op een gegeven ogenblik hoorden ze iets in de oven bewegen. Ze gingen kijken en er was een paardenvel aan het bewegen. De gasten trokken het vel buiten maar op de slag stond er daar een vreselijk paard. Het begost te lopen in de richting van Aaigem. De gasten volgden van ver en ze zagen dat paard in de dikke linde verdwijnen. Er durfde geeneen gaan kijken en ze kwamen weer en ze vertelden dat aan iedereen. ’s Anderdaags vond de boer dat vel in den oven. Ze trokken het buiten en staken het in brand. Maar op hetzelfde ogenblik kwam er een vreemde toe. Hij huilde en tierde en riep dat hij zijn vel moest hebben. Ze moesten hem vasthouden of hij sprong in het vuur. Als het vel verbrand was, zei hij dat hij blij was dat het gedaan was. Hij is dan vertrokken en ze hebben hem nooit meer weergezien. Naar het schijnt was dat een weerwolf. Ik heb dat maar enen keer gehoord.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Enkele knechten vonden op een avond een paardenvel in de oven van de boerderij. Toen de knechten aan het vel trokken, stond er plots een vreselijk paard vóór hen. Het dier begon te lopen in de richting van Aaigem en verdween even later in een dikke lindeboom. Geen enkele knecht durfde gaan kijken. De volgende dag vertelden ze alles aan de boer, die het vel in zijn oven vond en het in brand stak. Op dat ogenblik kwam er een vreemde aangelopen, die huilend smeekte om zijn vel terug te geven. Als men de man niet had vastgehouden, dan zou hij in het vuur zijn gesprongen. Toen het vel was opgebrand, zei de man dat hij opgelucht was omdat hij verlost was. Hij is vertrokken en men heeft hem nooit meer teruggezien. Het moet een weerwolf zijn geweest.
Bron
P. Henderickx, Leuven, 1959
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
99
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mere   
Plaats van Handelen
Aaigem   
