Hoofdtekst
Heksen in gedaante van een haas.Dat heeft mijn vader meegemaakt. Die ging in de winteravonden altijd haas-wachten in greppels of kanten. En toen hij daar zat kwam er een haas binnen scheut en hij knikte en hij trok en ineens springt dat haaske omhoog op zijn achterste pooten: "Klits, klets, schiet nog maar eens!" en hij sloeg met zijn voorste pooten tegen elkaar. Hij had schrik en hij liep naar huis door de heg en toen zag hij daar een oud vrouwke zitten dat haar muts juist opzette. En dat heeft mijn vader eerlijk meegemaakt.
Beschrijving
Een man ging op winteravonden altijd in greppels en bermen op hazenjacht. Op een avond zag de man een haas lopen en schoot naar het dier. Vervolgens sprong de haas op zijn achterpoten, riep: "Klits, klets, schiet nog maar eens!" en sloeg zijn voorpoten tegen elkaar. Toen de man daarna bang door de heggen naar huis liep, zag hij een oude vrouw zitten, die net haar muts op haar hoofd zette.
Bron
A. De Haes, Leuven, 1943
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps
33
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meerle   
