Hoofdtekst
En die mensen hebben toen iets aan de hand gehad. Dat waren mensen met zo een koeike of twee, ja een klein boerke met een os en daar reden ze mee. Maar verschrikkelijk spookachtig, niks gerust. Het minste dat er kontrarie was, dan waren dat spoken. En daar bleef de winning dan waar ze niet ver vanaf woonden, daar bleven ze vaststeken - dat was een straat en dat was redelijk slecht, niet gelijk nu - die bleven daar juist voor de ingang van het winningske steken en toen hadden ze fel moeten graven en doen om daaruit te kunnen. En toen waren die mensen zo ongerust: dat was onheil voor hen. Als daar een boer met twee paarden - met één paard niet, maar met twee paarden het een voor het ander - steken bleef voor de poort, juist voor de ingang, dan betekende dat onheil voor hen. En het ergste van alles, een tijd daarna - die hadden een klein fruitboomgaardje - en toen hing de oude vrouw, die hing haar op aan zo een boom. En dat hebben ze daar altijd op gestoten, ja dat was een feit hè.
Onderwerp
SINSAG 0486 - Andere Todesvorzeichen.   
Beschrijving
Mensen die in een hoeve in Sint-Lambrechts-Herk woonden, waren er steevast van overtuigd dat het een slecht voorteken was wanneer er een kar met twee paarden vóór hun huis vastreed. Toen dat op een dag weer was gebeurd, waren de mensen doodongerust. Een tijdje later hing de boerin zich op aan een fruitboom.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
midden-limburgs
g
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lambrechts-Herk   
Plaats van Handelen
Sint-Lambrechts-Herk   
