Hoofdtekst
Dat waren twee heksen, een jong en een aa. En ene jong(en) kwam kerseren (= vrijen) met de jong heks. D'aa heks ging weg, ze smeerde de za(l)f onder haar armen en zei: 'ich wens mich over heggen en hagen in de wijnkalder van de Graaf' en ze zei tegen haar dochter: 'kom maar noa!'. De jong heks wilde ook gaan, mè hare kersant (= vrijer) was in slaap gevallen. Hij werd wakker mè hij wilde nie weggaan. Mè toen ging de jong heks dan toch maar. Ze smeerde za(l)f onder haar armen en zei: 'ich wens mich over heggen en hagen in de wijnkalder van de Graaf.' De jong(en) dach(t) in zijn eigen: 'ich gon ook maar', mè he zei: 'ich wens mich door heggen en hagen...' weiter (= toen hij) aankwam was hij puur bloed en heel verscheurd.
Onderwerp
SINSAG 0511 - Über Weg und Steg   
Beschrijving
Een jongen was op bezoek bij zijn vriendin. Toen de jongen in slaap was gevallen, smeerde de moeder van het meisje zalf onder haar armen en zei: "Ik wens mij over heggen en hagen in de wijnkelder van de Graaf". Daarna sprak ze tot haar dochter: "Kom mij maar achterna!" Hoewel haar vriend ondertussen weer wakker was, besloot het meisje toch haar moeder te volgen. Het meisje smeerde zalf onder haar armen en zei: "Ik wens mij over heggen en hagen in de wijnkelder van de Graaf". Toen zijn vriendin weg was, smeerde ook de jongen zalf onder zijn armen en zei: "Ik wens mij door heggen en hagen in de wijnkelder van de Graaf". Toen de jongen aankwam, was hij helemaal bebloed.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
R61
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
