Hoofdtekst
‘k He da nog gehoord en gezien. En da was Meyers wijveken. ‘k Wete nog goed waar dat da woondige. Da was nen koeienstal en een schure en ja da was ook een tweewoonste (tweegezinswoning). En da wijveken van Meyers kwam achter (om) watre en dienen dag dat da wijveken kwame stonden ’t senachts ten twaalven de koeien te burrelen (loeien) om gemolken te worden. En ze moesten ze gaan melken zulle.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een vrouw ging bij haar buren water halen. De volgende nacht stonden bij de buren de koeien te loeien, zodat men moest opstaan om de dieren te melken.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
289
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
