Hoofdtekst
Ne joeng en e metske zôge ne groete hond en ne man hâ do stukke van een mêulslat tusse zen tâne.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een jongen en een meisje die een grote hond waren tegengekomen, zagen een man die de vezels van een zakdoek tussen zijn tanden had.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (herk-de-stad)
924
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kermt   
