Hoofdtekst
Beschrijving
Een man zag op een avond een kaarsje branden in een boomstronk aan de boskant in Kerkom. De man blies het kaarsje uit en stak het in zijn zak. De volgnde dag trof de man een hand in zijn zak aan. Hij werd doodsbang en haastte zich naar de pastoor, die hem de raad gaf om de hand de volgende dag op hetzelfde tijdstip weer in de boomstronk te gaan leggen. De man moest de stola van de pastoor meenemen. Toen de man de volgende avond op pad ging, hoorde hij de hele tijd een stem zeggen: “Vedomde stool”. De man legde de hand terug in de boomstronk en ze veranderde weer in een kaarsje.
Bron
V. Michiels-Lecock, Leuven, 1973
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
brabants (tienen)
1a
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kerkom   
Plaats van Handelen
Kerkom   
