Hoofdtekst
X: Hebt ge nog iets horen vertellen van Jan De Lichte?Ja, van Jan De Lichte heb ik nog horen vertellen van mijn moeder. Ze is van het jaar 1861. En haar vader was weduwnaar. Mijn moeders vader was een vondeling, en hij is op de Overbeke in Moorsele gevonden. En in die tijd, als ze een kind vonden, gaven ze het de naam van de plaats waar ze het vonden. En die mensen die mijn vader opgekweekt hebben, hebben dat nog verteld.Jan De Lichte kwam er op een zekere dag toe en hij zei dat hij met zijn volk in het bos zat (Moorsele, Oosterzele, Melle) en dat ze graag zouden pannekoeken zouden gebakken hebben. „Maar we hebben geen pan", zei hij, „Vrouwke, wilt ge ons een pan geven, ge moet van ons niet benauwd zijn en van mijn volk ook niet. Als we gedaan hebben zullen we ze eerlijk terugbrengen en we zullen er nog enkele meehebben voor u ".En inderdaad, Jan De Lichte heeft ze meegedaan naar ‘t bos, ze hebben pannekoeken gebakken in een hut of zo. Hij bracht ze terug en ze hadden een hele hoop pannekoeken mee voor dat huishouden. In die tijd was er geen eten. Mijn moeders vader, dat is 160 jaar geleden, van het jaar 1700, verdiende vier stuivers per dag. Eén stuiver was vier en een halve cent, en daar moest hij zijn huishouden mee doen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Jan de Lichte zat op een dag met zijn rovers in het bos. Omdat de rovers zin hadden in pannenkoeken, ging Jan de Lichte bij een vrouwtje een pan vragen en zei: “Je hoeft niet bang te zijn. Mijn mannen zullen je geen kwaad doen. Zodra we klaar zijn met bakken, brengen we de pan terug”. De rovers hielden zich aan hun woord en brachten een hele stapel pannenkoeken mee voor het gezin van het vrouwtje.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
4. Historische sagen
oost-vlaams (zuiden)
75I
Overgrootouders van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
bende van Jan de Lichte   
Jan de Lichte (bende van)   
Naam Locatie in Tekst
Edelare   

