Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OMATT0206_0207_18724 - Variante.

Een sage (mondeling), (foutieve datum)

Hoofdtekst

D’er waren twee knechten die bij nen boer woondigen en de die slaaptigen ton op de peirdestallen hé in vroeger jaren. En den enen die vele kost eten stond gratemager, en den dienen die niets kost eten stond slekkevet. En den dikken zegt tegen de mageren: "Wat is da daje gij zo magre zijt en alzo eten?" "Ja, daje azo moeste werken lijk ikke gij zoe gij ook wel magre staan." En onze naar under bedde gingen sliept de mageren van voren en wierd ‘t ’s nachts ’t greel opgesmeten en was een peird en most heel den nacht werken. Maar nu sliep den anderen nen keer van voren. Zo ze waren daar ook voor ’t greel op te smijten en diene knecht smijtiget op de die die ’t in under handen han. Zo z’han zelve ‘t greel op en hij heet er heel den nacht mee gewrocht en hij gingt ermee naar de smesse en deed het beslaan. En ‘t ’s nuchtings lag de boerinne in heur bedde en ’t was zij zelve die beslegen lag bij d’ijzers.

Onderwerp

SINSAG 0783 - Hufeisen an Händen und Füssen.    SINSAG 0783 - Hufeisen an Händen und Füssen.   

Beschrijving

Twee knechten werkten op een boerderij, waar ze in de paardenstal sliepen. De ene knecht at heel veel, maar bleef graatmager. De andere knecht at haast niets, maar was enorm zwaarlijvig. Op een dag sprak de dikke knecht tot de magere: "Hoe komt dat toch dat jij zo mager bent, terwijl je zoveel eet?" Daarop antwoordde de magere knecht: "Als jij evenveel zou moeten werken als ik, dan zou je ook wel mager worden!" De magere knecht kreeg 's nachts een gareel rond zijn nek en moest het werk doen van een paard. Op een nacht slaagden de twee jongens erin de plaaggeest zelf het gareel aan te trekken. De jongens lieten het paard de hele nacht werken en gingen het dier laten beslaan bij de smid. De volgende ochtend lag de boerin in bed met hoefijzers aan haar handen en voeten.

Bron

O. Mattheeuws, Leuven, s.d.

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
352
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Beernem    Beernem