Hoofdtekst
De stallen op die hoek daar, dat was vroeger een huis. De mensen die daar woonden vertelden dat daar 's nachts iets op hen viel en dan konden ze niets meer, 'hen' niet draaien of verroeren en ze konden niets zeggen en het was of ze gingen versmachten. Toen zei hen iemand: 'Dat is de maar, dat is een oud wijf die u dat aandoet, ge moet daar eens voor zorgen.' En toen ze daarvoor gezorgd hadden, was 't gedaan maar ik weet niet meer wat ze moesten doen.
Onderwerp
SINSAG 0791 - Begegnung mit Mahr.   
Beschrijving
Een gezin werd elke nacht geplaagd door de maar. De mensen vertelden dat het leek alsof er iets op hen viel, waardoor ze niet meer konden bewegen. Als ze iets wilden zeggen, leek het alsof ze zouden stikken. Iemand vertelde hen: "Dat is de maar. Een oude vrouw doet jullie dat aan. Je moet ervoor zorgen dat dat gedaan is." Toen ze daarvoor hadden gezorgd, kwam de maar niet meer terug. Wat ze precies hebben gedaan, weet men niet.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
zuid-limburgs
De maar: variante 1
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Genoelselderen   
