Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HSCHO0172_0173_11155

Een sage (mondeling), maandag 10 juli 1995

Hoofdtekst

5 Wat ze ook zegden: ge moet niet langs die ‘brier’ (= ijzeren hek) gaan, want daar woont een heks. Dat hebben ze ook gezegd.I En welke ‘brier’ was dat?5 Dat was een zwarte ‘brier’. Ja, gewoon een ‘brier’, een zwarte ‘brier’. Er kwam altijd zwart bij. "Als ge langs die zwarte ‘brier’ gaat en ge blijft daar staan, dan komt de heks uit."I En was dat hier ergens in de buurt?5 Nee, dat werd zo verteld. En wat deed die heks dan? Die heks zou u kunnen kwaad doen. Of als ze uitkomt met de stok, met de bezem achter u komen, u verjagen of u meenemen. Zo van die dingen. Ja, dan was die heks lelijk gekleed, een stok, alles wat ge wist. Enkel zaagt ge haar gezicht zo’n klein beetje. Dat alleen joeg al schrik aan.I En zo werd dat verteld?5 Zo werd dat verteld. En al ge ze zaagt, ‘dan hadt ge het strikken’ (= dan hadt ge het liggen). De ouders zegden: "Pas op, want de heks komt!" Ja, dan waart ge al van alleen braaf, zal ik zeggen, voor dat lelijk mens. Misschien had ze een macht - ik weet het niet - voor iets te doen.I Geloofden de mensen vroeger (er) nog echt in dat ze macht had, de volwassenen?5 Ja, zeker! D’r waren mensen, die geloofden daar echt in: "Jaja, dat bestaat. Dat bestaat." Maar voor mij, op zekere ouderdom weet ik dat mijn ouders daar ook al niet echt meer in geloofden. Die wisten dat meer van hun ouders en voorouders en zo. En dat vertelden ze dan.

Beschrijving

Men mocht niet voorbij een zwart ijzeren hek gaan, want daar woonde een heks die met een stok of met een bezem achter de mensen aan ging.

Bron

H. Schoefs, Leuven, 1996

Commentaar

2.1 Heksen
limburgs (groot-riemst)
5P 172
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zichen-Zussen-Bolder    Zichen-Zussen-Bolder