Hoofdtekst
Als ge nu naar Troot gaat en als ge aan dat kruispunt zijt, dat is Troot, wor, dat plein. Ja, daar wonen die van C. En daar kwam dan de weerwolf, wor. En daar was dan die man - G. heet hij wor - dat is ook al weer zo lang geleden en die speelde weerwolf zegden ze, wor. Dat was de weerwolf. En toen was daar eens een pater daar. En toen zei die pater dat hij moest naar het klooster komen. En toen hebben ze hem daar overlezen en gedaan, wor, dat hij daar vanaf gekomen is. En toen is hij daar naar de paters te Hasselt gegaan en die hebben hem daar vanaf geholpen. Dat is al, allé van voort te vertellen wat die zei, wor: 'Nu ben ik gelukkig', zei hij, 'want ik was niemand niet meer', zei hij. Als hij dat op hem kreeg dan moest hij.
Beschrijving
Aan het kruispunt bij de familie C. liep een weerwolf rond. De man die daar voor weerwolf speelde, een zekere G., werd door de paters van Hasselt overlezen. Daarna was de man heel gelukkig omdat hij verlost was.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.6 Weerwolven
midden-limburgs
a'
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Hasselt   
Naam Locatie in Tekst
Wimmertingen   
Plaats van Handelen
Hasselt   
