Hoofdtekst
X: En over heksen?Y: Heksen?5: Heksen.X: Waarvan ze zegden dat het heksen waren. Heb je nooit zulke gekend?5: Nee ik, nee.X: ‘t Waren meestal, ja, mensen die een beetje vuil waren.Y: Ja, dat is nog niet zeker. Wel nee, hé.5: Die wat?Y: Dat het een heks was dat ze zeiden, en die zo een beetje … en het is precies iemand die komt om je te betoveren. Weet je nog van peter? Was het niet van … van jouw vaders vader?5: Van?Y: Van die koe, dat ze daar doodviel.5: Ja, ja.Y: Wel, dat was dan ook een heks.5: Ja.Y: Wel …5 Ja ja, dat was één die kon toveren.Y: Ja. Dat was ook… de heks dat ze zeggen.5: Mijn peter zaliger, eh, hij werkte op een boerderij. En hij moest koestront opensmeren. Het was de boerin, kijk, ze woonde in Steenvoorde.Y: Ja, ja, hij was van ginder.5: En de boerin komt daar – maar zij was al weg van het hof, het was een zoon die daar nu was – en al hun beesten waren buiten. Ze kwam daar (onverstaanbaar), zei peter. "Sanders," zegt ze, en er was daar een mooie stier in de wei daar, in de ding daar, "maar is dat een mooie stier!" "Ja," zegt Sander – dat was dan peter – "Ja." En zij altijd: "Maar is dat toch een mooie stier!" En zo een keer of vier. En zegt Sander: "Maar er is daar toch niets aan die stier." "Maar als hij daar nu eens zou doodvallen," zegt ze. "Maar zulk een mooie stier," zegt peter, "die gaat niet doodvallen." Ze gaat voort, drie stappen verder, hij (de stier) valt daar dood. En ze ging net naar het hof, hoor, ja maar, en dat was haar zoon die op het hof was, hoor, en die boerin kon dat. Zij kon daar …Y: Ja.X: Ja.5: Ja, als zij op haar ding was. En zij moest dat doen. Zij zijn dat ingegeven.Y: Ze moeten dat doen.X: En dat was hier niet?5: Nee, in Steenvoorde is dat gebeurd, hoor, meisje, nee, langs ginder.Y: Maar hier…5: In Houtkerke.X: Ja.5: Houtkerke. Mijn moeder, zij was van daar en het was haar vader die dat meegemaakt heeft. Ja, peter.X: Ja maar, ze zijn er hoor.5: Maar er was van alles hoor, vroeger, maar Maria toch!Maar je hoort daarvan nooit meer, nooit niets meer.Y: Nee, je hoort daarvan niets meer.5: En de één wist dit, en de ander wist dat, vroeger, wel wel wel.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een knecht die op een boerderij in Houtkerke werkte, moest het veld bemesten. Op zeker ogenblik kwam de moeder van de boer op bezoek. Die vrouw woonde in Steenvoorde. De moeder sprak tot de knecht: "Daar staat toch een mooie stier in de weide!" Ze herhaalde dat wel vier keer en voegde er dan aan toe: "Als die stier daar nu eens zou doodvallen!" Daarop antwoordde de knecht: "Zo'n mooie stier zal niet doodvallen!" Toen de vrouw drie stappen verder was, viel de stier dood in de weide. Die boerin kon toveren.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (poperinge)
5H
Peter van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
Plaats van Handelen
Steenvoorde   
Houtkerke   
