Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CVERH0441_0442_45564

Een sage (mondeling), 1982

Hoofdtekst

31.D Ik heb de oude Wijnen (Dionysius), vader Nijs ook dikwijls horen zeggen, dat ze gingen buurten en dan kwamen ze ineens voorbij een boom en ze konden er niet voorbij. En dan gingen ze buurten met twee, drie grote mensen van twintig, vijfentwintig jaar en niet voorbij die boom kunnen. Terug !En toen zeiden ze:"Ja, de zwarte hand". Haar hij heeft altijd gezegd... Ja, en dat is een mens, die is oud van achttienhonderd negenenvijftig. Zodus, dat was al een oude, hé. En hij is in achtenvijftig gestorven. Zodus, hij wist van de moderne tijd ook nog iets af. Maar die heeft er nooit aan geloofd. "De mensen waren allemaal te flauw vroeger, zodat ze dwaallichtjes zagen", zei hij. Die heeft er nooit in geloofd. Maar die was ook van niets bang.30 Het mocht zo hard onweren als het wou, in de deur ging hij staan.

Beschrijving

Enkele mensen die 's avonds ergens op bezoek gingen, geraakten onderweg niet voorbij een boom.

Bron

C. Verheyen, Leuven, 1982

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
antwerps (arendonk)
31D
Vóór 1958
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Arendonk    Arendonk