Hoofdtekst
'Sjètsjoan' hieten (= heetten) ze die knech(t) van Broeders. As zje aan den andere kant van de hooikar waart, en hij was van deze kant, dan bescheet hij oech (= U) van de andere kant! Doavoor hieten ze hem zo.
Beschrijving
De knecht van boer B. had zijn bijnaam 'Sjètsjoan' niet gestolen. Hij kon namelijk iemand vanop een afstand bedekken met zijn uitwerpselen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
885
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sjètsjoan   
Naam Locatie in Tekst
Diets-Heur   
