Hoofdtekst
Ik heb het mijn vader en moeder nog horen vertellen. Mijn moeders vader, dat waren allemaal arme mensen in die tijd, moest de zondagavond naar een groot boerenhof het werk gaan doen. Dat was bij rijke boeren. Opdat zij zouden gerust zijn kwam hij daar het werk doen: koeien melken en eten gereed doen en strooien, enz… Dan ging hij naar huis. Plots, hij kwam naar huis, ’t was nog niet laat, pas negen uur ’s avonds. En als hij daar op de straat kwam – dat was een grote baan met aan weerszijden bomen – hoorde hij iets: “’t Zal daar rap gebeurd zijn. We zullen het daar eens allemaal op straat smijten.” Hoorde hij zeggen. Maar hij durfde niet verdergaan. Hij was in het land gesprongen en er stond daar een kapelletje (’t staat er nog altijd) met de H. Cornelis in. Ze waren naar die kapel gegaan en ze hadden St. Cornelis en de kandelaars, waar de kaarsen in stonden voor te branden, allemaal uit die kapel genomen en op straat kapot gesmeten.En dat waren mannen die zich verkocht hadden voor het geld. Dan moesten zij hetgeen hen opgelegd werd doen: mensen die erg katholiek waren overhalen om ook over te gaan. Dat was hetgeen zij moesten doen.
Beschrijving
Een man moest op zondagavond bij rijke boeren de dieren gaan verzorgen. Toen de man na afloop van zijn karweitjes omstreeks negen uur naar huis kwam, hoorde hij een stem spreken: “Het zal daar snel gebeurd zijn. We zullen het daar eens allemaal op straat gooien”. De man verborg zich in het veld en zag dat dieven het heiligenbeeld en de kandelaars uit de kapel van Sint-Cornelis hadden gehaald en buiten hadden stukgesmeten. De dieven ware mensen die hun ziel hadden verkocht en alles moesten doen wat hen werd opgelegd.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
oost-vlaams (zuiden)
31L
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Heilige Cornelis
Cornelis (Heilige)
Cornelis (Heilige)
Sint-Cornelis (kapel van)   
kapel van Sint-Cornelis   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Cornelis-Horebeke   

