Hoofdtekst
Den dikken Soos den dienen geloofde daar fel aan. Ge zoudt hem niet afgestreden hebben dat de kabouters bestonden. Hij had ze nog gezien en wist waar ze vergaarden. Als hij moest wassen, ging hij er om. ’s Anderendaags morgens was alles gewassen en gestreken.
Beschrijving
In Nederbrakel woonde een man die in het bestaan van kabouters geloofde. Hij wist de dwergjes zelfs wonen en bracht zijn wasgoed naar hen. De volgende ochtend waren de kleren mooi gewassen en gestreken.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.2 Aardgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
2
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederbrakel   
Plaats van Handelen
Nederbrakel   
