Hoofdtekst
Hier mijn schoonvader, die heb ich horen vertellen, die waren 's nachts eens aan 't boegie maaien, de maan scheen, ja vroeger moesten de mensen dag en nacht werken hé, den dag van vandaag is dat zo niemeer. En daar zat 'n kat, en die wou nie uit de weg gaan. Ja, van alles geprobeerd, dat had al 'n uur geduurd, en toen zaten er zoveel katten dat ge zoudt zeggen waar zitten ze. En mijn schoonmoeder, dat was e braaf mens zelle en die loog nie, die zei: 'Daar is iet op gaande, laat ons maar terug naar huis gaan.' Ja, en ze zei er ooch nog bij dat 't allemaal vreemde katten waren. Daar was er geen van de hun bij.
Beschrijving
Een man die bij maneschijn boekweit aan het maaien was, zag een kat zitten die niet uit de weg wilde gaan. Toen de man de kat probeerde weg te jagen, zat er plots een hele troep katten.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (noord-west)
83
Schoonvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kaulille   
