Hoofdtekst
Da was altijd op een zekere moment ’t senachts een hele bende honden liep over de strate en laweit maken. En overal alwaar dat die honden gingen passeren wisten ze dat op voorhand aan eldren hond die schauw (bang) ware en rondliep. Zo ze noemdigen dat den hondejacht. En da waren d’er 3 of 4 die elder veranderd han in hond en ze lieten al d’honden van diene kotée (wijk) los tot dan ze mee een bende van vijftig waren. En ’s nuchtings stonden die honde weer aan elder kot. Dat hek ik dikkels horen vertellen.
Beschrijving
Op een bepaald tijdstip van de nacht hoorde men altijd een hele troep honden door de straat lopen. Dat was e hondenjacht. Enkele mensen veranderden zichzelf in een hond en lokten alle honden uit de buurt met zich mee. De volgende ochtend stonden die honden weer netjes bij hun hok.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
326
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
