Hoofdtekst
dô kam ene joenge thâs; en dô liep een kat langs hem op; en hem nam z’op en strielde ze; en as z’on de wei dô kôme, sproeng ze van zenen errem af, en da was e schoeu metske; da was och een heks; en ze zei: "Zegt noeut mene nôm; mo g’hed geluk da ge mich niks gedôn het."
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Een jongen die naar huis wandelde, kwam onderweg een kat tegen. Hij nam het dier op de arm en streelde het. Toen de kat wat verderop wegsprong, veranderde ze in een mooi meisje dat zei: "Je hebt geluk dat ik je geen kwaad heb gedaan. Zeg nooit aan iemand mijn naam!"
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (sint-truiden)
455
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwerkerken   
