Hoofdtekst
Een prostituee zit voor het raam op klanten te wachten. Aan het eind van de straat ziet ze een dronken kerel op zich afkomen.
Ze denkt: "Getver, daar heb je die enge viezerd weer."
Ze bedenkt een smoes om van hem af te zijn: ze zet snel een opblaaspop in de achterkamer neer.
De man komt binnen en ze zegt tegen hem dat ze hoofdpijn heeft en dat ze haar zus heeft gevraagd het werk van haar over te nemen. De kerel vindt alles best en loopt naar de achterkamer. Even later hoort de prostituee gelach uit de achterkamer. Ze gaat kijken en de dronken kerel zegt: "Wat een geinige zuster heb jij: ik bijt in d'r tiet, ze laat een windje en ze vliegt zo het raam uit!"
(Adjiedj Bakas & Hetty van Wolde: Gluren bij de buren. Humor en diversiteit. Lelystad 1997, p.30-31)
Ze denkt: "Getver, daar heb je die enge viezerd weer."
Ze bedenkt een smoes om van hem af te zijn: ze zet snel een opblaaspop in de achterkamer neer.
De man komt binnen en ze zegt tegen hem dat ze hoofdpijn heeft en dat ze haar zus heeft gevraagd het werk van haar over te nemen. De kerel vindt alles best en loopt naar de achterkamer. Even later hoort de prostituee gelach uit de achterkamer. Ze gaat kijken en de dronken kerel zegt: "Wat een geinige zuster heb jij: ik bijt in d'r tiet, ze laat een windje en ze vliegt zo het raam uit!"
(Adjiedj Bakas & Hetty van Wolde: Gluren bij de buren. Humor en diversiteit. Lelystad 1997, p.30-31)
Beschrijving
Een dronken klant wordt afgescheept met een opblaaspop. Door een lek vliegt de pop weg.
Bron
Adjiedj Bakas & Hetty van Wolde: Gluren bij de buren. Humor en diversiteit. Lelystad 1997, p.30-31
Commentaar
1997
Zie MOP10197.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20