Hoofdtekst
Da gebeurdeg’ier bie nen boer. Je reed ie met de peirden no ’t stik (land) hé, en je kwam ie nen woaterduvel tegen en je spandeg’ie hem in. En ’s oavens wierd’en in de stol geboên mo ’s nuchtens wast’en ie weg. En de schellen dat en ie ommegeleid hadde lagen ’s anderendaags were lik dasse vroeger gelegen hadden. J’aas (ja zij), z’en dadde vele verteld.
Beschrijving
Een boer die zijn veld aan het ploegen was, had zonder het te weten de waterduivel voor de ploeg gespannen. 's Avonds werd de waterduivel vastgebonden in de stal, maar de volgende ochtend was hij verdwenen. Op de plaatsen waar de waterduivel had gelopen, bleek het veld niet omgeploegd te zijn.
Bron
L. Cumps, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (z van brugge)
103
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Snellegem   
