Hoofdtekst
Overleden man doet het spoken omwille van een niet volbrachte belofte.Op ne keer ook nog es, had ze beloofd van naar Scherpenheuvel te gaan. Onze Gust had heure vent, ze vader ei, met de stroot genomen en die trok zijn eigen da nijg aan. Hij slaagt op zijnen arm, maar 's anderendaags aai hem ze vader opg'hangen. Die wier in ene keer begraven. En die geit maar blèten. Ze gingen zien: "Maar gij heet toch eten en drinken!" En op de zolder, da was daar e gerommel en e gedoe. En ze vielen alle momenten uit 't bed. Ze ging naar de pastoor van Stabroek. Ze zegt: "Nauw hem ik iet aan d'hand!" "Die geit is maar aan 't blèten en 'k zien niks en voerders en geroefel op zolder en onze grootoom uit 't bed gegooid." Hij zegt: "Hedde nooit iet beloofd?" Ze docht lang na: "Ja, 'k aai gezeed: van de jaar gaan we naar Scherpenheuvelo, maar 'k aai geen centen genoeg." "Och vrouwke, as g'iet beloofd heet, dan moete gij gaan. Binnenkort gaan wij van Stabroek naar Scherpenheuvel, ga mee ons mei en 't zal wel gedaan zijn." En 't was gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
De echtgenoot van Gust had zich opgehangen. Sindsdien hoorde het vrouwtje de geit altijd luid blaten. Op de zolder was gerommel te horen en de bewoners van het huis vielen iedere nacht uit hun bed. Toen Gust te rade ging bij de pastoor, vroeg de geestelijke haar of ze ooit iets beloofd had. Daarop antwoordde Gust: "Ja, ik heb beloofd dat ik naar Scherpenheuvel zou gaan, maar ik heb niet genoeg geld". De pastoor sprak: "Och vrouwtje, als je iets beloofd hebt, dan moet je dat doen. Binnenkort gaan wij van Stabroek naar Scherpenheuvel; je kan met ons meegaan". Toen de vrouw op bedevaart was geweest, bleef het rustig in huis.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
93
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hoevenen   
Plaats van Handelen
Stabroek   
Scherpenheuvel   
