Hoofdtekst
God wandelde na de schepping over de wereld en bekeek trots wat hij gemaakt had. Hij kwam in Mongolië en de Mongolen maakten een eerbiedige buiging voor hem en complimenteerden hem met zijn creatie. Hij kwam in Egypte en de Egyptenaren wierpen zich in het stof van de woestijn en dankten hem op hun blote knieën. Hij liep nog een eindje door en stapte Nederland binnen. Ineens stond hij in de provincie Groningen.
Er kwam een Groninger naar hem toe die riep: "God ga es snel van mien erf af!"
(Adjiedj Bakas & Hetty van Wolde: Gluren bij de buren. Humor en diversiteit. Lelystad 1997, p.32)
Er kwam een Groninger naar hem toe die riep: "God ga es snel van mien erf af!"
(Adjiedj Bakas & Hetty van Wolde: Gluren bij de buren. Humor en diversiteit. Lelystad 1997, p.32)
Beschrijving
Alle volken danken God voor zijn schepping, maar de Groninger jaagt Hem van zijn erf af.
Bron
Adjiedj Bakas & Hetty van Wolde: Gluren bij de buren. Humor en diversiteit. Lelystad 1997, p.32
Commentaar
1997
Naam Overig in Tekst
God   
Mongolen   
Egyptenaren   
Groninger   
Naam Locatie in Tekst
Mongolië   
Egypte   
Nederland   
Groningen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
