Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RCELI0331_332_919 - De Laatste Bokkerijders

Een sage (mondeling), 1954

Hoofdtekst

De laatste bokkerijers hebben in Niel op de Schans gezeten. Daar waren er maar twee overgebleven. Ze hadden hier eens gestolen bij S., en ze hadden al de mannen uit het huis vastgebonden. De maagd hadden ze 't leste gepakt. Dat was 'ne grote boer en daar hadden ze pas het verken geslacht. Dat wisten ze. Die maagd was een sterk, jong vrouwmens, en daar hebben ze veel leed mee gehad. Ze hadden haar een prop in de mond geduwd. Met dat worstelen had ze gezien dat het die van de Schans waren. Die mensen van het huis waren toch losgekomen: ene had zijn koorden overgesneden of kapot gebrand, en toen d'ander verlost. Toen de baas los was, gongen ze ook naar de meid kijken. Die lag langs haar bed: ze hadden ze 't meeste allemaal in 't bed overvallen. 'Ik heb den deugniet gekend', zei ze. 'Jamaar', zei de baas, 'zeg er maar niks van, want...' 'Niks daarvan', zei de maagd, 'die moet naar de schout.' De schout dat was zo veel als de rechter in dien tijd. 'Ik geef het aan', zei ze. Maar die mensen waren nogal bang. 'Hij heeft mij te veel pijn gedaan, ik ga hem verraaien', zei de maagd. En een paar dagen later kwam de schout met zijn mannen. Twee hadden ze er al gepakt, maar toen was er nog 'nen derde. Die was langs den dijk weggevlucht. Daar was vroeger een water om de Schans. Hij was onder de wortels van 'nen ouwe boom gekropen. En één van die mannen zei: 'Mijn broer moet ge ook maar meepakken.' 'Waar zit die?' zei de schout. En rondgezocht, maar ze vonden hem niet. Maar ze leidden die twee rond, die moesten ook meezoeken. 'Kloas, kom maar oet, ve zeen toch verroaie', zegden ze. En toen kwam hij uit. Ze kwamen aan de pastorij door, en de pastoor stond ook buiten. Hij kende die, want die gongen ook naar de kerk. En toen zegden ze: 'Menier pastoor, waat gooie raot noe?' 'Ja', zegt de pastoor, 'hadt ge gisteren gekomen, toen wist ik raad, maar vandaag weet ik er gene meer.'

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

De laatste bokkenrijders hielden bijeenkomsten op de Schans in Niel. Toen ze hadden ingebroken bij de familie S., waar men net een varken had geslacht, bonden ze daar alle mannen vast. De meid, die de bokkenrijders herkend had, kreeg een prop in de mond geduwd terwijl de rovers zich aan haar vergrepen. Nadat de rovers het huis hadden verlaten, slaagden de anderen erin om hun koorden over te snijden of te verbranden. De boer ging onmiddellijk naar de meid, die vastbesloten was om de bokkenrijders bij de schout te verraden. De boer was bang en raadde het haar af, maar de meid was vastbesloten. Enkele dagen later had de schout al twee bokkenrijders kunnen oppakken. De derde was langs de dijk bij de Schans weggevlucht en hield zich schuil onder de wortels van een oude boom. De schout verplichtte de twee gevangenen om mee te helpen zoeken naar hun handlanger. Na een tijdje riep één van hen: "Klaas, kom er maar uit, want we zijn toch verraden!" Toen de schout met de drie gevangen bokkenrijders voorbij de pastoor kwam, vroegen de rovers: "Meneer pastoor, welke goede raad hebt u voor ons?", waarop de pastoor antwoordde: "Als jullie gisteren waren gekomen, dan had ik jullie nog raad kunnen geven, maar vandaag niet meer."

Bron

R. Celis, Leuven, 1954

Commentaar

4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Klaas    Klaas   

Naam Locatie in Tekst

Niel-bij-As    Niel-bij-As   

Plaats van Handelen

Schans (Opoeteren)    Schans (Opoeteren)   

Niel    Niel