Hoofdtekst
Een missionaris reist met een indiaan langs een rivier. Hij wil hem wat woorden leren. Hij wijst naar de zon, de bomen en het water en noemt de namen ervan. De indiaan herhaalt enthousiast ieder woord. Plotseling zien ze een knuffelend paartje langs de oever liggen. De missionaris weet niet goed wat hij nu moet doen.
Hij denkt even na en zegt dan: "Man rijdt fiets."
Als de wiedeweerga grijpt de indiaan een pijl en spant zijn boog: "Man rijdt mijn fiets!"
(Adjiedj Bakas & Hetty van Wolde: Gluren bij de buren. Humor en diversiteit. Lelystad 1997, p.33)
Hij denkt even na en zegt dan: "Man rijdt fiets."
Als de wiedeweerga grijpt de indiaan een pijl en spant zijn boog: "Man rijdt mijn fiets!"
(Adjiedj Bakas & Hetty van Wolde: Gluren bij de buren. Humor en diversiteit. Lelystad 1997, p.33)
Beschrijving
Een missionaris leert een Indiaan woorden in zijn taal. Bij een vrijend paar zegt de missionaris: "Man rijdt fiets." De Indiaan pakt pijl en boog en zegt: "Man rijdt mijn fiets!"
Bron
Adjiedj Bakas & Hetty van Wolde: Gluren bij de buren. Humor en diversiteit. Lelystad 1997, p.33
Commentaar
1997
Naam Overig in Tekst
Indiaan   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
