Hoofdtekst
De mare, ’t was, ’t waren der die zeien ’t is een vrouwmens die op ie duwt, je zijt lijk tenden (uitgeput), je had geen asem meer. Maar met de name te roepen ’t was gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
De maar was een vrouw die op haar slachtoffers ging zitten, waardoor ze niet meer konden ademen. Zodra men de naam van het slachtoffer had geroepen, was de maar verdwenen.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (ieper)
11
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Voormezele   
